Verwondering
09-12-2016 18:52Woensdag avond heb ik voor de eerste maal een vergadering van onze afdeling bijgewoond. Het betrof een speciaal ingelaste vergadering ter voorbereiding van de NPO vergadering van aanstaande maandag. Het bestuur van de afdeling had de behoefte om de voorstellen van de NPO en de voorgenomen reactie van het afdelingsbestuur op draagvlak te toetsen bij de leden.
Nu was ik nogal vooringenomen. Mijn beeld van een dergelijke vergadering bestond uit de aanwezigheid van bestuurders en kiesmannen op leeftijd die luidruchtig met elkaar discussiëren, waarbij het 'oude' denken de boventoon voert en het eigen belang groter is dan het belang van de meerderheid.
Ik werd daarin positief verrast. De voorzitter loodste de aanwezigen behendig en dienstbaar door alle agendapunten. Het bestuur was niet
vooringenomen maar stond open voor feedback en aanvullingen en de kiesmannen en overige sprekers dienden het algemeen belang. De vergadering verliep gestructureerd en democratisch. Waarover werd zoal gesproken?
Ik neem u even mee...
Invliegduiven
Het bestuur NPO stelt voor om met ingang van seizoen 2017 geen invlieg- c.q. trainingsduiven toe te staan. Als argumentatie geldt:
- Alle in te korven duiven kunnen worden gecontroleerd aan de hand van de hoklijst en kunnen worden getoetst op de inentingsplicht
- Liefhebber mag afzien van constateren
- Correcte betaling van vrachtgelden is mogelijk
- Saamhorigheid binnen de verenigingen wordt vergroot
- Er ontstaat uniformiteit in de puntentelling over afdelingen heen voor de berekening van kampioenschappen.
De vergadering stemde, na kort beraad, met grote meerderheid in met het voorstel NPO.
Vanwaar nu op dit punt de verwondering?
Goed kijkend naar dit voorstel gaat het feitelijk maar om één punt en dat is de uniformiteit in de puntentelling over afdelingen heen. Dit
geldt dan voor de liefhebbers die spelen voor een Nationaal kampioenschap, dat op basis van de afdelingsuitslagen wordt vastgesteld. Met het besluit valt prima te leven.
Maar had het ook anders gekund? Is het niet zo dat op eenvoudige wijze ook op ander wijze aan de eerste drie punten had kunnen worden voldaan. Bijvoorbeeld door alle duiven in te korven alsof ze in concours staan (elektronisch) en ze op die manier te controleren, zonder dat ze in concours voor de punten moeten staan? Ja toch? Dat heeft als voordeel dat de liefhebber niet hoeft af te zien van constateren. Bij het inkorven is dan al aangegeven dat de duiven niet in concours staan. Ook de correcte betaling is dan geborgd. Het rekencentrum maakt gewoon een betalingsstaat. Het vierde punt betreft de vergroting van de saamhorigheid. Op basis waarvan zou
deze dan moeten ontstaan? Heeft het zin om liefhebbers te verplichten aan een concours mee te doen waar ze geen belang in hebben? Daar gaat toch geen positieve stimulans van uit?
Door de voorzitter werd als voorbeeld verwezen naar een samenspel in Limburg waar in totaal 6.000 duiven in de container zaten en er
2.000 in concours stonden. Er werd bijna schande van gesproken... Gelukkig was er een spreker die het opnam voor de liefhebbers die hun duiven niet in concours hadden gezet. Hij zei "Je kunt er ook anders naar kijken... Een groot aantal fond liefhebbers heeft kennelijk toch de moeite genomen om hun duiven mee te geven en niet hun heil elders te zoeken om hun duiven te trainen. Als alle duiven verplicht
in courcours moeten staan dan hebben de liefhebbers met de 2.000 wedstrijd duiven 1.500 prijzen te verdelen en moet dus drie kwart van de duiven thuis zijn wil het concours gesloten kunnen worden."
Kortom, uniformiteit blijft over en is goed, maar had het voorstel van de NPO niet net zo goed kunnen zijn om vanaf seizoen 2017 binnen alle afdelingen invliegduiven onder dezelfde condities juist toe te staan? Wordt daarmee niet hetzelfde doel bereikt en wordt er dan juist geen belemmering opgelegd aan de liefhebber die invliegduiven wil spelen?
Dispensatie
Ook hier heeft onze afdeling die tegen de oostgrens ligt, nadrukkelijk mee te maken.
In de vergadering werd het voorstel NPO toegelicht. Gesteld wordt hierin dat:
- Dispensatie bij hoge uitzondering wordt verleend
- De aanvraag moet plaatsvinden voor 1 januari vanhet lopende boekjaar (moet hier niet volgend seizoen staan?)
- De verenigingen niet onredelijk in hun belang mogen worden geraakt (welke verenigingen, de ontvangende, de vertrekkende of beide? Wat zijn de criteria voor "onredelijk in hun belang raken"?).
- De ontvangende vereniging mag niet verder weg liggen dan de dichtstbijzijnde vereniging binnen de afdeling waar de coördinaten
liggen. (Wat staat hier eigenlijk of wat wordt hiermee bedoeld?)
Dit onderwerp is bijna per definitie beladen. Sinds de specialisatie een collectief gebruik is en onze mooie hobby zich heeft
ontwikkeld tot voor sommige liefhebbers een professionele sport, wordt steeds duidelijker dat de wind en de trek (lees de massa c.q. de kwaliteit van de duiven) bepalend zijn. Op de korte afstanden is dat het meest zichtbaar, op de lange afstanden speelt dit ook steeds meer. Met een overwegend westen wind en een zuid-west vlieglijn is het gunstig om in de zuid-oost hoek van het samenspel te
zitten. Vanuit die hoek komen normaal gesproken ook de meeste aanvragen voor dispensatie. Andere redenen kunnen zijn onvrede in het eigen samenspel op andere vlakken dan het sportieve vlak. In alle gevallen is er een onderliggende reden of een onderliggend belang. Zit de waarde dan in het hebben van een goede dispensatie regeling, of in het ontdekken van de onderliggende vraag of het onderliggend belang?
Wedvlucht coördinatie organisatie
Dit onderwerp bleek de gemoederen het meest te verhitten. Het NPO voorstel gaat uit van de noodzaak om vermengingen van vluchten c.q. kruislossingen te voorkomen. Dit voorstel heeft overigens als onderligger de richtlijn om de vlieglijn Roodeschool-Parijs te respecteren waarbij de oostelijke afdelingen ten oosten van deze lijn lossen en de westelijke afdelingen ten westen.
Het voorstel beschrijft "de centrale leiding". Deze bestaat uit twee of drie personen die als taak hebben om de vluchten van alle
afdelingen te coördineren, zodanig dat vermenging van duiven voorkomt. Dit met de bevoegdheid om opdracht te verstrekken aan afdelingen om te lossen.
De vergadering had behoorlijke kritiek op dit voorstel. Onduidelijk zijn wat de overblijvende taken en bevoegdheden van de lossingscommissies van de afdelingen zijn en welke rol IWB en eventueel ZIMOA spelen. Vastgesteld werd dat eerst het IWB professioneel
moet worden ingericht voordat een WCO overkoepelend kan coördineren.
Waarom hier de verwondering?
Het lossen van onze duiven blijft altijd een moeilijk punt. We moeten immers met veel aspecten rekening houden waarin het weer vaak de
spelbreker is. Met het instellen van het IWB is gepoogd tegemoet te komen aan het algemene belang waarbij ook het aantoonbaar rekening houden met het dierenwelzijn zwaar weegt. Deze semi wetenschappelijke begeleiding heeft ons geleerd dat het weer meestal niet goed is en bestaat uit "inversies" , "glasfronten", "nevel" en andere ongemakken. Verondersteld wordt dat deze ongemakken het moeilijk voor onze duiven om thuis te komen. Al enige tijd lossen we op basis van de IWB adviezen. Het verloop van de vluchten is echter niet aantoonbaar verbeterd en de verliezen zijn wellicht eerder toegenomen dan afgenomen. Doen we dit dan wel goed? Zou het niet beter helpen als we kunnen beschikken over een meer jaren analyse van het verloop van onze vluchten en deze te vergelijken met de weerscondities die als ongunstig worden bestempeld? Ontstaat er dan niet een zelflerend model waarop we ons kunnen baseren dat bestaat uit specifieke feiten die voor onze sport van belang zijn?
En is het dan niet zo dat wanneer de vluchten aantoonbaar slechter verlopen afdelingen zelf verantwoordelijkheid nemen en zelfstandig lossen, waardoor het gevaar op kruislossingen of vermengingen toeneemt? Als we vaststellen dat de inzet van het IWB niet heeft geleid tot de gewenste resultaten en dus niets toevoegt moet het dan niet anders? Is het dan niet verstandiger om op basis van
voortschrijdend inzicht eerst weer een stap terug te doen en de lossingscommissies per afdeling de vrijheid geven om naar eigen goeddunken te lossen in overleg met aangrenzende afdelingen waarbij als uitgangspunt geldt zo vroeg mogelijk los? Dan hebben we toch ook geen kruislossingen of vermengingen?
Dat er overkoepelend afspraken komen over vlieglijnen en lossingsplaatsen valt natuurlijk alleen maar toe te juichen. Dit kan in de vorm
van het algemene kader, zoals nu beschikbaar door Nederland in vliegzones te verdelen zoals nu is voorgesteld, aangevuld met een toets op voorhand van alle vliegprogramma's (bv in het voorjaar) en in de week voorafgaand aan de vluchten met behulp van informatie over de losplaats om te voorkomen dat er vanwege een plaatselijke kermis of een sportfestijn niet gelost kan worden. Dit kan ook op
de vluchtdag zelf als het weer aanleiding is voor een verplaatsing en waarbij een alternatieve losplaats kan worden aangewezen.
"Africhtingen-taartvluchten"
Een punt dat verder nog ter sprake kwam is de toename van liefhebbers en/of verenigingen die op eigen initiatief, dus buiten de NPO- en afdelingskaders om, gaan africhten of spelen. Ook hier ontstond rumoer in de vergadering. Het zou soms wel 2.000 of 3.000 duiven betreffen en het kan toch niet zo zijn dat de organisatoren van dergelijke vluchten zich nergens aan houden? Hiermee wordt
in België overlast veroorzaakt omdat deze lossingen niet worden aangevraagd of worden gepubliceerd.
Als dit zo zou zijn dan snijdt het laatste punt natuurlijk hout, maar zou de oplettende bestuurder hier ook niet een ander signaal uit
kunnen oppikken?
Blijkbaar nemen veel (fond) liefhebbers de (extra) moeite om iedere week naar zo'n centrale verzamelplek te rijden om de duiven te kunnen africhten. Is het dan niet zo dat er wordt voorzien in een behoefte? En als daaraan wordt voldaan is dat dan niet de reden voor succes? Is dit dan niet juist een mooi voorbeeld van positieve stimulatie en ontstaat hier niet de saamhorigheid?
Ter overdenking
In Amerika is enkele weken geleden Donald Trump als nieuwe president gekozen. Niet omdat hij zo'n sympathieke man is en ook niet vanwege zijn sympathieke standpunten. Wel omdat hij oog had voor waar het werkelijk om draait bij een groot deel van de bevolking, waar zijn populistische standpunten werden begrepen al was het maar vanwege het andere geluid dat hij bracht. In veel gevallen heeft dat geleid tot een proteststem in de richting van de gevestigde orde en opgeteld dus tot de overwinning. Is het niet zo dat ons dit in maart ook zo maar kan overkomen als wij in Nederland naar de stembus gaan?
Als we het vergelijk maken met onze sport zijn we dan geholpen met het vasthouden aan de huidige organisatie structuren en het "oude" denken? Helpt het wijzigen van statuten, het invoeren van meer regels en bureaucratie waarop gesanctioneerd kan worden in de spelbeleving? En remt dit de terugloop van het ledenaantal? Hebben we echt een WCO nodig om tot betere afstemming met de lossingen te komen? Zijn de onderwerpen waar we in de winter over vergaderen wel de onderwerpen die er toe doen?
Komt het succes van de vluchten die buiten de NPO en/of afdeling om worden georganiseerd (en denk hierbij ook aan de ZLU) niet voort uit het feit dat de spelregels vooraf bekend zijn en dat deze uitblinken in simpelheid? Meedoen is voor eigen risico.... Duiven zo vroeg mogelijk lossen? De vlieglijn beoordelen, gebruik makend van weersinformatie die overal op internet te vinden is,
aangevuld met een telefoontje naar het thuisfront? Klopt het dan niet dat het verloop van deze vluchten over het algemeen goed tot zeer goed is? Is het gevolg dan niet dat liefhebbers tevreden zijn en juist daar de saamhorigheid groeit?
Valt hieruit niet iets te leren?
Eddy Fleming
———
Terug