Invliegduiven
14-12-2016 11:05Als je na afloop van de NPO vergadering van afgelopen maandag de sociale media bekijkt dan was vooral het thema invliegduiven een issue. Veel verontwaardigde reacties waren er te lezen bij voornamelijk de marathonspelers. Het tegengeluid kwam van de snelheidsspecialisten. Op zichzelf is dat niet vreemd.
Eerder had de NPO enquête al een vergelijkbaar beeld laten zien, 47,5% gaf aan een voorstander van invliegduiven te zijn en 45,4 % was daar tegen. Maandag is het NPO voorstel om invliegduiven af te schaffen, lees het verplicht te stellen om alle duiven in concours te zetten, aangenomen.
Dienen we hier nu een meerderheid of het algemeen belang?
De meerderheid was al tegen, dat bleek immers al uit de NPO enquête, maar de NPO vergadering, die deze meerderheid dient te vertegenwoordigen stemde dus anders.
Is er dan een algemeen belang?
We willen onze duivensport toekomst vast maken en daar bereiden we ons op voor. Daar is natuurlijk niets op tegen en dus is het goed om nog eens naar het doel van het voorstel te kijken. Het voorstel om de invliegduiven af te schaffen was gebaseerd op:
- Alle in te korven duiven kunnen worden gecontroleerd aan de hand van de hoklijst en kunnen worden getoetst op de inentingsplicht
- De liefhebber mag afzien van constateren
- Correcte betaling van vrachtgelden is mogelijk
- Saamhorigheid binnen de verenigingen wordt vergroot
- Er ontstaat uniformiteit in de puntentelling over afdelingen heen voor de berekening van kampioenschappen.
Ik schreef er in mijn vorige blog al eerder over.
Hoe goed past deze onderbouwing nu bij het gestelde doel?
De meerderheid had al aangegeven een voorstander te zijn van invliegduiven dus laten we eens toetsen of de subdoelen ook anders gerealiseerd kunnen worden.
De punten één t/m drie kunnen ook opgelost worden door invliegduiven, net als de andere duiven, over de antenne te halen en op basis van de hoklijst te controleren op de entingsplicht. Hierbij ziet de liefhebber op voorhand af van constateren, door er '0' in concours te zetten (of zoveel duiven als hij/zij zou willen spelen). De administratieve verwerking vindt plaats via de rekenaar en de vluchtpenningmeester heeft dus geen extra werk. Ook het inkorven verloopt uniform en controleerbaar. Overigens is deze werkwijze identiek aan de werkwijze die geldt als de invliegduiven worden afgeschaft en de duiven verplicht in concours staan. De onderbouwing om op deze punten de invliegduiven af te schaffen blijkt dus niet terecht.
Hoe zit het dan met de saamhorigheid?
Gaat deze ontstaan als we leden te verplichten aan een wedstrijd mee te doen? Sinds we in onze sport verder zijn geëvalueerd is het specialiseren toegenomen en is het verschil tussen de hobbyist en de professional groter geworden. De tussenliggende groep amateurs kan worden gezien als de groep die het graag opneemt tegen de professional, waarbij dit geen doel op zich is.
De specialisatie maakt dat liefhebbers andere keuzes maken om op hun favoriete vluchten uit te blinken. Voor de ene liefhebber zijn dat de Vitesse- en Midfond vluchten, voor de ander is dat Barcelona. Natuurlijk zijn er ook liefhebbers die aan alle spelverbanden meedoen en zo maakt iedereen zijn keuze. Het gevolg hiervan is dat we elkaar niet als vanzelf treffen in het verenigingslokaal en dat daarbuiten ook andere ontmoetingsplekken ontstaan. Een probleem vormt ons ledental per vereniging. Dat neemt af en er ontstaan problemen om volgens de regelementen in te korven en het logistiek en financieel te organiseren. Er is dus een groot belang om liefhebbers te stimuleren om samen in te korven. Dit gaat natuurlijk het beste als er zoveel mogelijk deelnemers en duiven zijn, los van het feit of de duiven in concours staan of niet. Dus juist het toestaan van invliegduiven stimuleert of behoudt de saamhorigheid.
Waar gaat dit voorstel dus echt over?
Dat is het verkrijgen van uniformiteit in de puntentelling over afdelingen heen. Dit is nodig voor de nationale kampioenschappen. Voor de liefhebbers die daarvoor strijden is dat zeer begrijpelijk. Overigens gelden er dan nog wel meer randvoorwaarden, namelijk dat het aantal vluchten waarop deze punten te behalen zijn ook vergelijkbaar is en dat de criteria voor de afstanden
hetzelfde zijn.
Onze sport bestaat volgens de enquête uit 63,5% amateurs, 32,2 procent hobbyisten en 4,3 % professionals. Uitgaande van 18.500 leden hebben we dus 17.700 liefhebber die zichzelf niet als prof beschouwen en wellicht dus de vrijheid willen hebben om keuze te maken. We praten dus over 800 leden voor wie uniformiteit in ieder geval rand voorwaardelijk is. Kijken we naar
invliegduiven dan speelt dit vrijwel geheel voor de Vitesse-, Midfond- en Jonge duiven vluchten. Voor deze onderdelen hebben we per onderdeel drie Nationale klassementen (onaangewezen, aangewezen en duifkampioenschap) met 100 klasseringen, dus totaal 900. Analyse van de tussenstanden 2016 laat zien dat dit 491 unieke liefhebbers zijn. Is het dan heel vreemd om te stellen dat het belang van uniformiteit niet het belang van de meerderheid is, laat staan het algemeen belang?
Zijn er alternatieven?
In het bedrijfsleven, waar het (financieel) resultaat normaal gesproken boven alles staat, is het gebruikelijk om verschillende scenario's uit te werken en per scenario een zogenaamde business case op te stellen. Hierin worden aannames gedaan over de ontwikkeling per scenario meestal over een periode van vijf jaar en daarbij worden de resultaten vergelijken. Er wordt dan niet gestemd over een voorstel maar er wordt gekozen voor de business case, lees het meest gunstige
scenario, dat de beste resultaten voorspelt.
Een alternatief scenario was in dit geval geweest om in alle afdelingen invliegduiven toe te staan en deze als concoursduif te behandelen inclusief alle controles en de mogelijkheid te bieden om (elektronisch) aan te geven hoeveel duiven er in concours staan. Dit was ook nog eens goed geweest voor de saamhorigheid en had evengoed de uniformiteit betreffende de puntentelling
bewerkstelligd. Hoe kan het nu dat dit scenario over het hoofd is gezien?
Toen dit voorstel werd ingebracht door de afgevaardigde van afdeling Friesland werd het weg gelachen onder andere op basis van de aantallen. Voor die 2.000 invliegduiven op het totaal van 25.000 is het toch niet nodig om invliegduiven aan te houden?
Omgekeerd had hier toch ook gesteld kunnen worden dat die 2.000 duiven de uniformiteit van de puntentelling toch nauwelijks beïnvloeden en dat het eventuele gebrek daaraan, als het al niet anders had kunnen worden opgelost, ook negatieve financiële gevolgen heeft als we concoursen voor invliegduiven willen behouden en separaat organiseren (op basis van de 47,5% voorstanders)?
Wat vind ik er nu zelf van?
In de afgelopen jaren heb ik juist, als marathonspeler, aan het clubspel deelgenomen en de korte vluchten ( één nacht mand) als invliegvluchten gebruikt waarbij alle duiven over de antenne gingen en ik vrijwel niet in de uitslag kwam. Ook is het zo dat ik op 500 meter van ons clubgebouw woon en het dus voor mij relatief eenvoudig is om er even naar toe te fietsen en te helpen met het laden van de manden. De leeftijd in onze club is ook al vrij hoog en het aantal leden wat nog op de ladder kan staan om de manden bovenin te plaatsen neemt af. Ook wil
ik best een aantal snelle duiven aanhouden om er één of twee in te korven als er te weinig liefhebbers zijn. Maar is dat nu wel duurzaam?
Kijkend naar het besluit invliegduiven denk ik dat er is gekozen voor een verkeerd scenario. Dit punt alleen is echter niet mijn bezwaar. De mislukking van het lossen op basis van IWB, in combinatie met het voorstel om dat te laten voortbestaan en aanvullend nog eens een WCO in te stellen, maakt dat ik mijn heil om duiven in te vliegen elders ga zoeken. In de NPO vergadering kwam dit aan bod en daar werd gesproken over "wilde" lossingen. Laat u echter niet bang maken. Vervoer van personen en dieren is in Europa vrij en als een groep liefhebbers zich verenigd en netjes een lossingsvergunning regelt dan is er geen enkel bezwaar om op de toegewezen dagen dat er mag worden afgericht samen de duiven in te vliegen.
In mijn club blijf ik ook gewoon komen, om te helpen met inkorven en laden en om te horen hoe het mijn clubgenoten op de korte vluchten is gegaan. Gewoon omdat ik dat leuk vind.
———
Terug